VRIENDEN VAN HET JENEVERMUSEUM BLAZEN OUDE HASSELTSE JENEVERTRADITIE NIEUW LEVEN IN.
Tot aan het begin van de 20ste eeuw bestond in Hasselt de familiale traditie om op de eerste zondag na 17 september – de feestdag van de heilige Lambertus én Hasselt kermis –familie of vrienden een kruidendrankje aan te bieden. Dat werd zelf bereid op basis van jenever en kreeg de naam ‘Sint-Lambertusdrèpke’. Sinds 1982 biedt het Jenevermuseum een kant-en-klaar drèpke aan, maar de vrienden van het Jenevermuseum willen nu de familiale bereiding als immateriële erfgoedpraktijk opnieuw tot leven brengen.
Een sterke familietraditie
Het Sint-Lambertusdrèpke werd vooral gedronken ter bevordering van de spijsvertering tijdens het feestgedruis van Hasselt kermis. Over tal van gebruikte kruiden schreef Rembert Dodoens in 1644 al dat ze “zeer goedt voor de ghene die weeck of te onsterk van maghe zijn”. Het bereiden van het drèpke gebeurde volgens een vast patroon. De kruiden (o.m. koriander, alsem, bijvoet, hysop, angelicawortel) werden geplukt en verzameld eind augustus - begin september, nadien gewassen, in een grote bokaal gezet en daarna aangevuld met jenever van ongeveer 60% vol (in een verhouding van 500 gram kruiden met 3 liter jenever). Na veertien dagen trekken kreeg de vloeistof een bruine kleur en op de feestdag van de heilige Lambertus werd dit maceraat of aftreksel gezeefd en aangezoet met een 30 cl siroop of sap van zwarte bessen en 100 gram in water opgeloste Arabische gom. Was dit mengsel nog wat te "straf", dan verdunde men de jenever tot een drinkbare 20% vol. Vervolgens werd in familieverband getoost op het goede leven. Na WO II verdween deze traditie geleidelijk.
Sint-Lambertus?
Over de heilige Lambertus (Maastricht 638? – Luik 705?) doen heel wat legendes de ronde en is er weinig met zekerheid bekend. Hij zou geboren zijn in Maastricht en als bisschop van het bisdom Maastricht-Tongeren-Luik vermoord op 17 september 705 in Luik. Het feit dat de Lambertus een man was die geen blad voor de mond nam en allerhande misbruiken aan de kaak stelde, werd allicht zijn dood. De plaats waar hij de dood vond werd een bedevaartsplaats. Zijn opvolger Sint Hubertus liet zijn gebeente uit Maastricht overbrengen naar Luik die tot de Franse revolutie bewaard werden in de ‘cathédrale Notre-Dame-et-Saint-Lambert’.
Van traditie tot hedendaagse immaterieel erfgoedpraktijk
Al in 1982 lanceerden enkele pioniers van het Jenevermuseum (Jacques Collen, Maurice Lecocq en Jean Nicolaï) een kant-en-klaar drèpke voor de verkoop in het proeflokaal van het Jenevermuseum. Maar nu willen enkele museumvrienden onder impuls van o.a. Jacques Collen (Academie voor Streekgebonden Gastronomie) en Jan Kempeneers (museumstoker op rust) de traditionele bereiding ervan opnieuw tot leven brengen en zo de kennis en de vaardigheden doorgeven aan de volgende generaties. Hiertoe organiseerden de vrienden al enkele keren een kruidenpluk en workshop, ondersteund door een beknopte handleiding. Bovendien lanceren ze volgend jaar een heuse wedstrijd waarbij Hasselaren uitgenodigd worden om zelf naar eigen smaak en recept, steeds geworteld in oude recepturen, een eigen drèpke te maken. Samen met het museum zullen de museumvrienden deelnemers faciliteren en adviseren. De winnaar wordt dan bekendgemaakt rond 17 september 2027.
Jan Kempeneers (bestuurslid vzw Nationaal Jenevermuseum Hasselt – museumstoker op rust): “Om een Sint-Lambertusdrèpke te maken moet je geen distillateur of kruidenexpert zijn. Vroeger deed ook iedereen het. We helpen de mensen wel op weg in kruidenland en met enkele praktische tips om zo te komen tot een eigen heerlijke kruidenjenever.”
Jacques Collen (bestuurslid vzw Nationaal Jenevermuseum Hasselt – voorzitter vzw ASG): “Het is zo belangrijk om lokale gastronomische tradities in ere te houden, zeker een traditie die mee het DNA van Hasselt jeneverstad gekleurd heeft en vooral mensen samenbracht om samen het leven te vieren.”
Karolien Mondelaers (schepen van cultuur van stad Hasselt): “Het is mooi om te zien hoe vanuit onze lokale gemeenschap tradities opnieuw opgepikt worden. Als stad zetten wij, via het Jenevermuseum, graag mee onze schouders onder dergelijke immaterieel erfgoedpraktijken. Want ook tradities, oude recepturen en de vaardigheden om deze te bereiden behoren tot ons collectief erfgoed en moeten doorgegeven worden aan de volgende generaties.”
“Alle initiatieven die het imago van Hasselt, jeneverstad in de verf zetten, kunnen we als stadsbestuur alleen maar aanmoedigen. Zeker als er tradities opnieuw tot leven worden geroepen,” vult burgemeester Steven Vandeput aan.